Volvo V40: Automatische versnellingsbak - Geartronic - Starten en rijden - Volvo V40 - InstructieboekjeVolvo V40: Automatische versnellingsbak - Geartronic

Volvo V40 / Volvo V40 - Instructieboekje / Starten en rijden / Automatische versnellingsbak - Geartronic

De automatische versnellingsbak Geartronic heeft een hydraulische koppelomvormer die de kracht van de motor overbrengt op de versnellingsbak.

De bak heeft twee verschillende schakelstanden: automatisch en handmatig.

Automatische versnellingsbak - Geartronic
D: automatisch schakelen. +/–: handmatig schakelen. S: Sport-stand

Het instrumentenpaneel geeft de stand van de keuzehendel aan met behulp van de volgende tekens: R, N, D, S, 1, 2, 3 enz.

Schakelstanden

De automatische schakelstanden worden rechts op het instrumentenpaneel getoond.

(Er brandt maar één lampje tegelijk - dat van de actuele keuzehendelstand.) Symbool "S" voor Sport-stand is ORANJE, voor zover geactiveerd.

P – Parkeerstand

Selecteer stand wanneer u de motor start of de auto parkeert.

Om de keuzehendel uit stand P te halen moet u in sleutelstand  II het rempedaal bedienen.

In stand P is de versnellingsbak mechanisch geblokkeerd. Activeer voor de zekerheid ook de parkeerrem, wanneer de auto geparkeerd staat, zie Parkeerrem .

N.B. De keuzehendel moet in de P-stand staan om de auto te kunnen vergrendelen en op alarm te zetten.

 

BELANGRIJK De auto moet stilstaan als stand P wordt gekozen.

 

WAARSCHUWING Gebruik altijd de parkeerrem bij parkeren op een hellende ondergrond - de P-stand van de automatische versnellingsbak is niet voldoende om de auto in alle situaties vast te houden.

R – Achteruitrijstand

De auto moet stilstaan wanneer u de hendel in stand R zet.

N – Vrijstand

In deze stand kunt u de motor starten en er is geen versnelling ingeschakeld. Zet de parkeerrem aan, wanneer de auto stilstaat en de keuzehendel in stand N staat.

Om de keuzehendel vanuit stand N in een andere schakelstand te zetten, moet u in contactslotstand  II het rempedaal bedienen.

D – Rijstand

Stand D is de normale rijstand. De versnellingsbak schakelt automatisch op en terug afhankelijk van de stand van het gaspedaal en de snelheid.

Zorg ervoor dat de auto stilstaat, voordat u de keuzehendel vanuit stand D in stand R zet.

Geartronic - Handmatig schakelen (+/–)

Met de automatische versnellingsbak Geartronic kunt u ook handmatig schakelen. Bij het loslaten van het gaspedaal wordt de auto op de motor afgeremd.

U activeert de handmatige schakelstand door de hendel zijwaarts vanuit de stand D naar de eindstand bij "+/-" te bewegen. Het symbool "+/-" op het instrumentenpaneel verkleurt van WIT naar ORANJE en de cijfers 1, 2, 3 enz. worden in een kader getoond en komen overeen met de zojuist ingeschakelde versnelling.

Handmatig schakelen "+/-" kan op elk moment tijdens het rijden geactiveerd worden.

Om schokken en afslaan van de motor te voorkomen schakelt Geartronic automatisch terug, als u langzamer gaat rijden dan wat voor de gekozen versnelling gepast is.

Om de automatische rijstand te hervatten:

N.B. Als de versnellingsbak een sportstand kent, is handmatig schakelen pas te activeren wanneer u de hendel vooruit of achter in de stand "+/-" hebt gezet. Op het instrumentenpaneel verandert de S dan in een van de tekens 1, 2, 3 enz. om aan te geven welke versnelling er ingeschakeld is.

Paddles

In plaats van handmatig schakelen met de keuzehendel kunt u ook gebruik maken van de speciale stuurbediening, de zogeheten paddles.

Om met de stuurpaddles te kunnen schakelen moet u ze wel eerst activeren. U doet dat door een van de paddles in de richting van het stuurwiel te halen – het teken "D" op het instrumentenpaneel verandert dan in een cijfer dat de ingeschakelde versnelling aangeeft.

Om vervolgens te schakelen:

Paddles
Beide "paddles" van het stuurwiel

  1. "–": Eerstvolgende lagere versnelling inschakelen.
  2. "+": Eerstvolgende hogere versnelling inschakelen.

Bij iedere bediening van de paddles wordt er geschakeld, tenzij het motortoerental buiten het toelaatbare bereik komt.

Na iedere schakeling geeft het instrumentenpaneel het cijfer van de ingeschakelde versnelling weer.

N.B.

Automatische deactivering Als u de stuurpaddles niet gebruikt, worden ze na korte tijd automatisch gedeactiveerd.

Het instrumentenpaneel geeft dit aan doordat het cijfer voor de ingeschakelde versnelling weer verandert in ‘D’.

Dit geldt echter niet bij gebruik van de motorrem.

De paddles blijven in dat geval actief zolang er op de motor wordt afgeremd. Handmatige deactivering De stuurpaddles zijn ook handmatig te deactiveren:

  • Haal beide paddles in de richting van het stuur en houd ze in deze stand vast, totdat op het instrumentenpaneel het cijfer voor de ingeschakelde versnelling verandert in ‘D’.

U kunt de paddles ook gebruiken, wanneer de keuzehendel in de Sport-stand staat – de paddles blijven dan continu actief.

Geartronic - Sportstand (S)

De sportstand levert een sportiever rijgedrag op en maakt het mogelijk om hogere toeren te maken in de versnellingen.

De motor reageert bovendien sneller op de commando's die u met het gaspedaal geeft. Bij inschakeling van de sportstand wordt tevens de voorkeur gegeven aan de lagere versnellingen, zodat er met enige vertraging wordt opgeschakeld.

Om de Sport-stand te activeren:

De sportstand kan op elk moment tijdens het rijden geactiveerd worden.

Geartronic - Winterstand

Om bij gladheid gemakkelijker weg te kunnen komen is het soms beter handmatig de 3e versnelling in te schakelen.

  1. Bedien het rempedaal en haal de keuzehendel vanuit stand D helemaal naar stand "+/–". Het symbool D op het instrumentenpaneel verandert in het cijfer 14.
  2. Schakel op naar de 3e versnelling door de hendel twee keer naar voren naar de "+" (plus) te duwen. Op het instrumentenpaneel verandert de 1 in een 3.
  3. Laat het rempedaal los en geef voorzichtig gas.

Bij activering van de "winterstand" van de versnellingsbak rijdt de auto met een lager motortoerental en minder kracht op de aandrijfwielen weg.

Kickdown

Als u het gaspedaal volledig intrapt (tot voorbij de normale volgasstand), schakelt de versnellingsbak automatisch terug naar een lagere versnelling.

Dit is de zogeheten kickdown.

Wanneer u het gaspedaal uit de kickdownstand loslaat, schakelt de versnellingsbak automatisch op.

Gebruik de kickdown om zo snel mogelijk te accelereren zoals bij het inhalen.

Beveiligingsfunctie

Om overtoeren van de motor te voorkomen, is het stuurprogramma van de versnellingsbak voorzien van een terugschakelblokkering waardoor de zogeheten kickdown niet mogelijk is.

Geartronic staat geen terugschakeling/kickdown toe die tot een dusdanig hoog toerental leidt dat de motor kan worden beschadigd. Wanneer u bij hoge motortoeren toch probeert een dergelijke kickdown uit te voeren, gebeurt er niets. De auto blijft in de oorspronkelijke versnelling rijden.

Bij kickdown kan de auto afhankelijk van het motortoerental een of meer versnellingen terugschakelen.

Om schade aan de motor te voorkomen schakelt de auto op wanneer de motor het maximumtoerental heeft bereikt.

Slepen

Als de auto moet worden weggesleept - zie de belangrijke informatie in hoofdstuk Slepen .

Gerelateerde informatie

Schakelindicator

De schakelindicator geeft aan wanneer u moet opschakelen of terugschakelen om het brandstofverbruik minimaal te houden. Belangrijk voor een milieubewuste rijstijl is het kiezen van de juiste vers ...

Keuzehendelblokkering

De keuzehendelblokkering is verkrijgbaar in twee uitvoeringen: een mechanische en een automatische. Mechanische schakelblokkering U kunt de hendel altijd ongehinderd heen en weer halen tussen ...

Zie ook:

Skoda Octavia. Werking
Afb. 239 Displayweergave Wagens met schakelbak De motor wordt automatisch afgezet, zodra de wagen tot stilstand komt, de versnellingshendel in de neutrale stand wordt gezet en het koppelingsped ...

Skoda Octavia. Brandstofmeter - Benzine/Diesel
Afb. 32 Brandstofmeter: Variant 1 / variant 2 De weergave werkt alleen bij ingeschakeld contact. De inhoud van de brandstoftank voor benzine/diesel bedraagt voor wagens met voorwielaandrijv ...

Modellen: