Seat Leon: Ruitenwisser voor en achter - Lichten en zicht - Bedienen - Seat Leon - InstructieboekjeSeat Leon: Ruitenwisser voor en achter

Ruitenwisserhendel

VOORZICHTIG

Als het contact wordt uitgeschakeld terwijl de ruitenwissers in werking zijn, maken deze de slag af en keren terug in de ruststand. Bij vorst, sneeuw en andere obstakels op de achterruit kunnen de ruitenwisser en ruitenwissermotor worden beschadigd.

  • Verwijder vóór het wegrijden sneeuw en ijs van de ruitenwisser.
  • Maak een vastgevroren ruitenwisser voorzichtig los van de ruit. SEAT beveelt daarvoor een ontdooispray aan.
  • Schakel de ruitenwisser niet in als de ruit droog is. Bij het droog wissen kunnen de ruitenwisserbladen beschadigd raken.
  • Voordat u de ruitenwissers bij vorst voor de eerste keer inschakelt, controleren of de ruitenwisserbladen niet zijn vastgevroren. Bij koud weer kan het helpen de ruitenwissers in de servicestand te zetten wanneer u de wagen parkeert .

 

Let op

  • De voorruitwisser en achterruitwisser werken alleen bij ingeschakeld contact en gesloten motorkap respectievelijk achterklep.
  • Het intervalwissen van de ruitenwissers is afhankelijk van de snelheid van de wagen.

    Hoe hoger de snelheid is, des te vaker de ruitenwissers bewegen.

  • De achterruitwisser gaat automatisch aan wanneer de ruitenwissers aan staan en de achteruitversnelling wordt ingeschakeld.

Functies van de ruitenwisser

Reactie van de ruitenwissers op verschillende situaties
Als de wagen stilstaat De geactiveerde stand gaat tijdelijk naar de voorgaande stand.
Tijdens de werking van de wis/was-automaat De airco schakelt 30 seconden in de recirculatiefunctie in om te voorkomen dat de ruitensproeiervloeistof in het interieur van de wagen te ruiken is.
Bij interval-wissen De intervallen werken volgens de snelheid. Hoe hoger de snelheid, des te korter het interval.

Verwarmbare ruitensproeiers

De verwarming ontdooit alleen de bevroren sproeiers, niet het water in de slangen. De verwarmbare ruitensproeiers stellen hun verwarmingsvermogen automatisch bij het inschakelen van het contact in, afhankelijk van de omgevingstemperatuur.

Koplampwisser/-sproeiersysteem

Het koplampwisser/-sproeiersysteem dient om de koplampen schoon te maken.

Na het inschakelen van het contact, en wanneer de ruitensproeiers voor het eerst en iedere vijf keer worden ingeschakeld, worden ook de koplampen schoongemaakt. Daarom moet de ruitenwisserhendel naar het stuur worden toegetrokken wanneer het dimlicht of het grootlicht brandt. Het vuil dat zich mogelijk op de koplampen heeft vastgezet (zoals insectenresten) moet regelmatig worden schoongemaakt (bijv. bij het tanken).

Om de werking van het koplampsproeiersysteem in de winter te garanderen, moet de sneeuw worden verwijderd die zich in de sproeiers van de bumper kan hebben verzameld.

Mocht het nodig zijn, dan kan het ijs met een antivriesspray worden verwijderd.

Let op Bij een obstakel op de voorruit probeert de ruitenwisser dit obstakel weg te schuiven. Indien het obstakel de ruitenwisser blijft blokkeren, blijft de ruitenwisser stil staan. Verwijder het obstakel en zet de ruitenwisser weer aan.

Regensensor*

Lichten en zicht

Afb. 147 Ruitenwisserhendel: regensensor A afstellen.

Lichten en zicht

Afb. 148 Gevoelig oppervlak van de regensensor.

De geactiveerde regensensor stuurt de ruitenwisserinterval afhankelijk van de regenval  . De gevoeligheid van de regensensor kan handmatig worden ingesteld. Ruitenwissers handmatig bedienen .

Hendel in de gewenste stand drukken afb. 147:

0 Regensensor gedeactiveerd.

1 Regensensor actief; wis/was-automaat indien nodig.

A De gevoeligheid van de regensensor afstellen

Na het uitschakelen en opnieuw inschakelen van het contact, blijft de regensensor geactiveerd en werkt hij weer zodra de ruitenwissers in stand 1 staan en er harder dan 16 km/u (10 mph) wordt gereden.

Gewijzigd gedrag van de regensensor

Mogelijke oorzaken van storingen en verkeerde interpretaties in het gebied van het gevoelige oppervlak afb. 148 van de regensensor zijn o.a.:

ATTENTIE

Het is mogelijk dat de regensensor de regen niet voldoende detecteert en de ruitenwissers niet inschakelt.

  • Indien nodig schakelt u de ruitenwissers met de hand in wanneer het water het zicht door de voorruit hindert.

 

Let op

  • Maak regelmatig het gevoelige oppervlak van de regensensor schoon en controleer de wisserbladen op mogelijke beschadigingen afb. 148 (pijl).
  • Om was en afzettingen te verwijderen wordt het gebruik van een glasreiniger met alcohol aanbevolen.

Zicht

Zonnekleppen Afb. 145 Zonneklep. Mogelijke standen van de zonnekleppen voor de bestuurder en voorpassagier: De zonneklep omlaag klappen naar de voorruit. De zonneklep kan uit de steun w ...

Achteruitkijkspiegel

Automatisch dimmende binnenspiegel Uw wagen is uitgerust met een handmatig dimbare of zelfdimmende* binnenspiegel. Handmatig dimbare binnenspiegel Nok aan de onderkant van de spiegel naar a ...

Zie ook:

Mercedes-Benz C-Klasse. Algemene rijtips
Belangrijke veiligheidsaanwijzingen WAARSCHUWING Als het contact tijdens het rijden wordt uitgeschakeld, zijn de veiligheidsrelevante functies nog maar beperkt of helemaal niet me ...

Mercedes-Benz C-Klasse. Geschiktheid van zitplaatsen voor bevestiging van een kinderzitjesbevestigingssysteem met gordels
Wanneer een babyschaal van groep 0 of 0+ of een naar achteren gericht kinderzitjesbevestigingssysteem van groep I op een zitplaats achterin wordt gebruikt, moet de best ...

Modellen: