Mazda 6: Bediening van de handgeschakelde
versnellingsbak - Tijdens het rijden - Mazda 6 - Instructieboekje (2017)Mazda 6: Bediening van de handgeschakelde versnellingsbak

Mazda 6 / Mazda 6 - Instructieboekje (2017) / Tijdens het rijden / Bediening van de handgeschakelde versnellingsbak

Schakelpatroon van de handgeschakelde versnellingsbak

Bediening van de handgeschakelde versnellingsbak

Het schakelpatroon van de versnellingsbak is conventioneel, zoals h aangegeven.

Druk het koppelingspedaal tijdens het overschakelen volledig in; laat het vervolgens langzaam opkomen.

Uw auto is uitgerust met een inrichting welke voorkomt dat per ongeluk naar R (achteruit) overgeschakeld wordt. Duw de versnellingshendel omlaag en schakel over naar R.

Bediening van de handgeschakelde versnellingsbak

WAARSCHUWING

Op gladde wegen of bij hoge snelheden niet plotseling afremmen op de motor: Het terugschakelen tijdens het rijden op natte of met sneeuw of ijs overdekte wegen, of tijdens het rijden met hoge snelheden veroorzaakt plotseling afremmen op de motor, hetgeen gevaarlijk is. Door de plotselinge verandering in de draaisnelheid van de banden kunnen de banden gaan slippen. Dit kan er toe leiden dat u de macht over het stuur verliest en een ongeluk veroorzaakt.

Zet de keuzehendel altijd in de stand 1 of R en trek de handrem aan alvorens de auto onbeheerd achter te laten: De auto zou anders plotseling in beweging kunnen komen en een ongeluk veroorzaken.

 

OPGELET
  • Laat tijdens het rijden uw voet nooit op het koppelingspedaal rusten.

    Gebruik de koppeling niet om de auto op een helling in stilstaande positie te houden. Wanneer u uw voet op het koppelingspedaal laat rusten wordt onnodige slijtage van de koppeling en beschadiging veroorzaakt.

  • Oefen geen onnodige zijdelingse kracht uit op de versnellingshendel bij het overschakelen van de 5de naar de 4de versnelling. Dit kan er toe leiden dat per ongeluk de 2de versnelling wordt gekozen, wat beschadiging van de transmissie kan veroorzaken.
  • Zorg er voor dat de auto volledig tot stilstand is gebracht alvorens naar stand R over te schakelen.

    Overschakelen naar stand R terwijl de auto nog in beweging is kan beschadiging van de versnellingsbak tot gevolg hebben.

 

OPMERKING
  • Indien het moeilijk is in naar stand R te schakelen, naar de vrijstand terugschakelen, het koppelingspedaal loslaten en vervolgens nogmaals proberen.
  • (Met i-stop functie) Als de motor als gevolg van afslaan is gestopt, kan deze opnieuw worden gestart door het koppelingspedaal in te trappen binnen 3 seconden nadat de motor is gestopt.

    De motor kan onder de volgende omstandigheden ook als het koppelingspedaal wordt ingetrapt niet opnieuw worden gestart:

    • Het bestuurdersportier geopend is.
    • De veiligheidsgordel van de bestuurder is niet vastgemaakt.
    • Na het afslaan van de motor is het koppelingspedaal niet volledig losgelaten.
    • Het koppelingspedaal wordt ingetrapt terwijl de motor niet volledig is stopgezet.
  • (Met parkeersensorsysteem) Wanneer het contact op ON staat en de versnellingshendel in de stand R wordt gezet, wordt het parkeersensorsysteem geactiveerd en klinkt er een zoemtoon.

Schakelstand-indicatielampje (GSI)

Het schakelstand-indicatielampje (GSI) dient als hulp voor vermindering van het brandstofverbruik en het verkrijgen van betere rijprestaties. Deze toont de gekozen schakelstand in de instrumentengroep en raadt tevens de bestuurder aan over te schakelen naar de schakelstand die het beste past bij de huidige rijomstandigheden.

Bediening van de handgeschakelde versnellingsbak

OPGELET Vertrouw niet enkel op de opschakel/ terugschakel-aanbevelingen van de indicaties. Het is mogelijk dat bij werkelijke rijomstandigheden anders geschakeld moet worden dan de indicatielampjes aangeven.

Om het risico van ongevallen te voorkomen, dient de bestuurder alvorens te schakelen de weg- en verkeersomstandigheden correct te beoordelen.

 

OPMERKING Het schakelstand-indicatielampje (GSI) wordt op de volgende manieren uitgeschakeld.
  • De auto wordt stopgezet.
  • De neutraalstand wordt ingeschakeld.
  • Bij achteruit rijden.
  • Wanneer bij het wegrijden vanuit stilstand de koppeling niet volledig is opgekomen.
  • Het koppelingspedaal tijdens het rijden gedurende 2 seconde of langer ingetrapt blijft.

Voorgloei-indicatielampje (SKYACTIV-D 2.2)

Dit indicatielampje kan gaan branden wanneer het contact op ON gezet wordt. Het lampje gaat uit wanneer de gloeibougies warm zijn. Als u nadat de gloeibougies zijn opgewarmd het contact gedur ...

Automatische transmissie

...

Zie ook:

Volvo V40. Overbelasting - startaccu
De elektrische functies van de auto belasten de startaccu in verschillende mate. Laat het contactslot niet te lang achtereen in sleutelstand II staan, wanneer u de motor hebt afgezet. Maak in plaa ...

Volvo V40. Motorruimte - controle
Bepaalde oliën en vloeistoffen dienen regelmatig gecontroleerd te worden. Regelmatig controleren Controleer regelmatig de volgende oliën en vloeistoffen, bijvoorbeeld tijdens het tanken: Koe ...

Modellen: