Volvo V40: Bandenspanningscontrole (TM) - Wielen en banden - Volvo V40 - InstructieboekjeVolvo V40: Bandenspanningscontrole (TM)

Volvo V40 / Volvo V40 - Instructieboekje / Wielen en banden / Bandenspanningscontrole (TM)

Het systeem TM (Tyre Monitor) bepaalt aan de hand van de draaisnelheid van de banden of de bandenspanning in orde is.

Systeembeschrijving

Bij een te geringe bandenspanning verandert de diameter en daarmee ook de rotatiesnelheid van de band. Aan de hand van onderlinge vergelijkingen kan het systeem vaststellen of de spanning in een of meer banden te gering is.

Ook mét dit systeem moet u het normale onderhoud aan de banden blijven plegen.

Meldingen

Bij een te lage bandenspanning gaat het controlelampje ( ) op het instrumentenpaneel branden en verschijnt een van de volgende meldingen:

BELANGRIJK Als er een storing optreedt in het TM, gaat het controlesymbool op het instrumentenpaneel eerst zo'n 1 minuut lang knipperen waarna het continu blijft branden. Er verschijnt tevens een melding op het instrumentenpaneel.

Meldingen verwijderen

  1. Controleer met een manometer de bandenspanning van alle banden.
  2. Pomp de band(en) op tot de juiste spanning zoals aangegeven op de bandenspanningssticker op de B-stijl aan bestuurderszijde (tussen voor- en achterportier).
  3. Herkalibreer de TM in MY CAR.
N.B. Controleer de bandenspanning bij koude banden om de verkeerde bandenspanning tegen te gaan. Koude banden hebben dezelfde temperatuur als de omgeving (na ca. 3 uur stilstand).

Al na enkele kilometers rijden worden de banden warm en loopt de spanning op.

 

WAARSCHUWING

  •  Een verkeerde bandenspanning kan tot bandenpech leiden, waarbij u de controle over de auto kunt verliezen.
  • Het systeem kan plotselinge bandenschade onmogelijk voorzien.

TM kalibreren

TM kan alleen correct werken, wanneer er een referentiewaarde voor de bandenspanning is vastgesteld. Dit moet na iedere bandenwissel of bandenspanningswijziging gebeuren door het systeem te herkalibreren in MY CAR.

Zo moet u de bandenspanning aanpassen voor ritten met een zware lading of op hoge snelheden (meer dan 160 km/h (100 mph)). Herkalibreer het systeem vervolgens.

Herkalibreren

U verricht instellingen met de knoppen op de middenconsole, zie MY CAR .

  1. Zet de motor af.
  2. Pomp alle banden op tot de juiste spanning zoals aangegeven op de bandenspanningssticker op de B-stijl aan bestuurderszijde (tussen voor- en achterportier).

    Of raadpleeg de bandenspanningstabel.

  3. Start de motor en laat de auto stilstaan.
  4. Open het menusysteem MY CAR en kies het menu Bandencontrole.
  5. Kies Kalibratie starten en druk op OK.
  6. Druk nadat u alle banden gecontroleerd en aangepast hebt op OK om de kalibratie te starten.
  7. Rijd met de auto.
    > De kalibratie vindt plaats bij een rijsnelheid hoger dan 35 km/h (22 mph). Als de motor wordt afgezet, wordt de kalibratie tijdelijk onderbroken. Wanneer de auto weer verder rijdt, wordt de kalibratie automatisch op de achtergrond hervat. Het systeem geeft na afloop geen bevestiging dat kalibratie heeft plaatsgevonden.

De nieuwe referentiewaarde is van kracht, totdat u de stappen 1–7 herhaalt.

N.B. Let erop dat u het TM na iedere bandenwissel of aanpassing van de bandenspanning opnieuw moet instellen. Als er geen nieuwe referentiewaarden worden opgeslagen, kan het systeem niet goed werken.

 

N.B.

  • Plaats na het oppompen van een band altijd het ventieldopje terug om schade aan het ventiel door grind, vuil e.d. te voorkomen.
  • Gebruik alleen kunststof dopjes. Metalen ventieldopjes kunnen roesten en zijn moeilijk los te draaien.

Status systeem en banden

U kunt de actuele status van het status en de banden controleren op het beeldscherm van de middenconsole.

  1. Open het menusysteem MY CAR.
  2. Kies het menu Bandencontrole.
    > De status van de bandenspanningswaarden wordt aangegeven met kleurcodes.

De status wordt voor alle banden afzonderlijk aangegeven met een bepaalde kleur:

Gerelateerde informatie

Krik

Gebruik de krik om de auto op te heffen om bijvoorbeeld een wiel te verwisselen. Gebruik alleen de originele krik bij vervangen door het reservewiel of bij wisselen tussen zomer- en winterbanden. ...

Noodreparatieset voor banden

U gebruikt de noodreparatieset voor banden, Temporary Mobility Kit (TMK), om een gat te dichten en om de bandenspanning te controleren en aan te passen. De noodreparatieset voor banden bestaat ui ...

Zie ook:

Hyundai Ioniq Electric. Blind spot detection-systeem (BSD)
Het Blind Spot Detection-systeem (BSD) maakt gebruik van radarsensoren in de achterbumper om de situatie in de gaten te houden en de bestuurder te waarschuwen wanneer een voertuig nadert in de ...

Skoda Octavia. Hoofdmenu
Afb. 231 Wegpuntmodus: Hoofdmenu In het hoofdmenu Navigatie de functietoets → Wegpuntmodus inschakelen aantippen. Het hoofdmenu wordt weergegeven afb. 231. Bij actieve routegeleiding wo ...

Modellen: